BWBR0004219
Geldig vanaf 1987-10-17
Artikel 2
Nachtvluchtenregeling Schiphol
1. Voor vaste vleugelvliegtuigen is het gebruik van de luchthaven Schiphol gedurende de periode van 23.00 tot 07.00 uur plaatselijke tijd voor opstijgingen en gedurende de periode van 23.00 uur tot 06.00 uur plaatselijke tijd voor landingen op de in de volgende leden vermelde wijze verboden dan wel beperkt.
2. Voor niet-geluidgecertificeerde vliegtuigen met straalturbine-aandrijving is het verboden op te stijgen van andere banen dan de baan 24 en te landen op andere banen dan de baan 06.
3. Voor andere dan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vliegtuigen is het gebruik van andere banen dan de baan 06 voor landingen en de baan 24 voor opstijgingen toegestaan voor zover dit noodzakelijk is om redenen de veiligheid in de lucht en op de luchthaven betreffende, zulks met inachtneming van de criteria voor de selectie van combinaties van start- en landingsbanen overeenkomstig het geluidspreferente baangebruiksysteem, zoals beschreven in de luchtvaartgids Nederland, AGA-2-1-1.4, pt. 26-2.
4. Voor opstijgingen van vliegtuigen met straalturbine-aandrijving moeten de nachtelijke standaardvertrekprocedures, zoals vastgelegd in bijlage EHAM 15 bij de beschikking van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 20 december 1985, nr. LVB/L-2661, en zoals beschreven in de luchtvaartgids Nederland, RAC-4-1-5.7, worden toegepast.
2. Voor niet-geluidgecertificeerde vliegtuigen met straalturbine-aandrijving is het verboden op te stijgen van andere banen dan de baan 24 en te landen op andere banen dan de baan 06.
3. Voor andere dan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vliegtuigen is het gebruik van andere banen dan de baan 06 voor landingen en de baan 24 voor opstijgingen toegestaan voor zover dit noodzakelijk is om redenen de veiligheid in de lucht en op de luchthaven betreffende, zulks met inachtneming van de criteria voor de selectie van combinaties van start- en landingsbanen overeenkomstig het geluidspreferente baangebruiksysteem, zoals beschreven in de luchtvaartgids Nederland, AGA-2-1-1.4, pt. 26-2.
4. Voor opstijgingen van vliegtuigen met straalturbine-aandrijving moeten de nachtelijke standaardvertrekprocedures, zoals vastgelegd in bijlage EHAM 15 bij de beschikking van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 20 december 1985, nr. LVB/L-2661, en zoals beschreven in de luchtvaartgids Nederland, RAC-4-1-5.7, worden toegepast.