BWBR0004217
Geldig vanaf 1987-10-09
Artikel 2a
Regeling logboek en opgave zeevis 1987
1. De kapitein van een vaartuig als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1093/94van de Raad van de Europese Unie van 6 mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van derde landen vangsten rechtstreeks mogen aanlanden en verkopen in de havens van de Gemeenschap (PbEG L 121) dat de vlag voert van, of geregistreerd is, in een andere staat dan een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap is verplicht:
a. aan boord een logboek bij te houden waarin wordt vermeld: 1º per vissoort de hoeveelheden die aan boord worden gehouden;
2º de datum waarop de vangsten hebben plaatsgevonden en in welk deelgebied of welke sector;
3º het gebruikte type vistuig.
1º per vissoort de hoeveelheden die aan boord worden gehouden;
2º de datum waarop de vangsten hebben plaatsgevonden en in welk deelgebied of welke sector;
3º het gebruikte type vistuig.
b. overeenkomstig artikel 2, derde lid, binnen 48 uur na afloop van de lossing een aangifte in te dienen waarin per sector en per vissoort wordt vermeld: 1º de datum en de plaats van de vangsten;
2º de aangevoerde hoeveelheden;
3º in geval van overlading letterteken, nummer en nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen en waarvan de vis is overgeladen;
4º de wijze van verkoop.
1º de datum en de plaats van de vangsten;
2º de aangevoerde hoeveelheden;
3º in geval van overlading letterteken, nummer en nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen en waarvan de vis is overgeladen;
4º de wijze van verkoop.
2. Onverminderd het eerste lid, is de kapitein van een in dat lid genoemd vaartuig verplicht het logboek bij te houden en gegevens aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen mee te delen, overeenkomstig artikel 14, tweede en derde lid, van Verordening (EG) van de Raad van de Europese Unie van 19 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98.
3. De aangifte, bedoeld in onderdeel b, van het eerste lid, wordt gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
a. aan boord een logboek bij te houden waarin wordt vermeld: 1º per vissoort de hoeveelheden die aan boord worden gehouden;
2º de datum waarop de vangsten hebben plaatsgevonden en in welk deelgebied of welke sector;
3º het gebruikte type vistuig.
1º per vissoort de hoeveelheden die aan boord worden gehouden;
2º de datum waarop de vangsten hebben plaatsgevonden en in welk deelgebied of welke sector;
3º het gebruikte type vistuig.
b. overeenkomstig artikel 2, derde lid, binnen 48 uur na afloop van de lossing een aangifte in te dienen waarin per sector en per vissoort wordt vermeld: 1º de datum en de plaats van de vangsten;
2º de aangevoerde hoeveelheden;
3º in geval van overlading letterteken, nummer en nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen en waarvan de vis is overgeladen;
4º de wijze van verkoop.
1º de datum en de plaats van de vangsten;
2º de aangevoerde hoeveelheden;
3º in geval van overlading letterteken, nummer en nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen en waarvan de vis is overgeladen;
4º de wijze van verkoop.
2. Onverminderd het eerste lid, is de kapitein van een in dat lid genoemd vaartuig verplicht het logboek bij te houden en gegevens aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen mee te delen, overeenkomstig artikel 14, tweede en derde lid, van Verordening (EG) van de Raad van de Europese Unie van 19 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98.
3. De aangifte, bedoeld in onderdeel b, van het eerste lid, wordt gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.