BWBR0004216
Geldig vanaf 1987-10-29
Artikel 8
Besluit bijzondere verkrijging diploma A als scheepswerktuigkundige
1. Aan degene die aan een school het eindexamen met goed gevolg heeft afgelegd en die tenminste één jaar diensttijd heeft behaald in de machinekamer van zeeschepen of zeevissersvaartuigen ongeacht hun nationaliteit of voortstuwingsvermogen, maar hierop geen praktijkboek heeft bijgehouden, wordt, mits hij voldoet aan de in artikel 10, tweede lid, van dit besluit gestelde voorwaarden, op zijn verzoek door Onze Minister het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige uitgereikt.
2. Onze Minister stelt het model vast van het in het eerste lid genoemde diploma.
3. Aan de houder van het in het eerste lid genoemde voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige kan op zijn verzoek het diploma A als scheepswerktuigkundige worden uitgereikt als hij bij een mondeling onderzoek door de Commissie heeft blijk gegeven voldoende praktische kennis te bezitten van de electrotechniek, de scheepswerktuigkunde en hulpwerktuigen en de wettelijke bepalingen zoals ingevolge artikel 3 van de Wet op de Zeevaartdiploma's 1935 ( Stb.456) is vereist voor toekenning van het diploma A.
2. Onze Minister stelt het model vast van het in het eerste lid genoemde diploma.
3. Aan de houder van het in het eerste lid genoemde voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige kan op zijn verzoek het diploma A als scheepswerktuigkundige worden uitgereikt als hij bij een mondeling onderzoek door de Commissie heeft blijk gegeven voldoende praktische kennis te bezitten van de electrotechniek, de scheepswerktuigkunde en hulpwerktuigen en de wettelijke bepalingen zoals ingevolge artikel 3 van de Wet op de Zeevaartdiploma's 1935 ( Stb.456) is vereist voor toekenning van het diploma A.