BWBR0004216
Geldig vanaf 1987-10-29
Artikel 3
Besluit bijzondere verkrijging diploma A als scheepswerktuigkundige
1. Ter verkrijging van het diploma, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient de kandidaat:
a. aan een school het eindexamen met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna de in het tweede lid genoemde diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW, waarvan de hoofdwerktuigkundige ten minste in het bezit is van het diploma als motordrijver, gedurende welke diensttijd de kandidaat ten genoegen van de Commissie een praktijkboek moet hebben bijgehouden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4, 5, 6 en 7.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een halfjaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een halfjaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van een eindexamen ten minste een halfjaar doch minder dan anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW.
3. Degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW, behoeft ter verkrijging van het diploma, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geen diensttijd als bedoeld in het eerste lid, onder b, te behalen.
4. Onder dienst, bedoeld in het tweede en derde lid, is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst in de machinekamer buitengaats als leerling aan boord van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.
5. Onze Minister kan, zo nodig onder nader te stellen voorschriften, diensttijd doorgebracht op andere schepen of op andere wijze dan bedoeld in het eerste lid, onder b, van dit artikel, voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit aanmerken als geldige diensttijd, mits daarbij een vergelijkbare ervaring is opgedaan.
a. aan een school het eindexamen met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna de in het tweede lid genoemde diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW, waarvan de hoofdwerktuigkundige ten minste in het bezit is van het diploma als motordrijver, gedurende welke diensttijd de kandidaat ten genoegen van de Commissie een praktijkboek moet hebben bijgehouden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4, 5, 6 en 7.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een halfjaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een halfjaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van een eindexamen ten minste een halfjaar doch minder dan anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW.
3. Degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van ten minste 750 kW, behoeft ter verkrijging van het diploma, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geen diensttijd als bedoeld in het eerste lid, onder b, te behalen.
4. Onder dienst, bedoeld in het tweede en derde lid, is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst in de machinekamer buitengaats als leerling aan boord van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.
5. Onze Minister kan, zo nodig onder nader te stellen voorschriften, diensttijd doorgebracht op andere schepen of op andere wijze dan bedoeld in het eerste lid, onder b, van dit artikel, voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit aanmerken als geldige diensttijd, mits daarbij een vergelijkbare ervaring is opgedaan.