BWBR0004190
Geldig vanaf 1986-01-01
Artikel 16
Besluit oude eigendoms- en huurscholen WPO
1. Voor de gebouwen waarvoor voor 1 augustus 1985 vergoeding werd genoten op grond van artikel 84 van de Lager-onderwijswet 1920, betaalt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag een vergoeding, berekend over de geschatte waarde van de lokalen, terreinen en het meubilair. De berekening, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt naar de maatstaf van het tarief, dat door Onze Minister van Financiën wordt gehanteerd per ultimo van een kalenderjaar voor het afsluiten van 40-jarige onderhandse leningen onder garantie van de Staat der Nederlanden.
2. Voor de gebouwen waarvoor voor 1 augustus 1985 vergoeding werd genoten op grond van artikel 205 bisvan de Lager-onderwijswet 1920, betaalt de gemeente aan het bevoegd gezag de verschuldigde en betaalde huur. Indien burgemeester en wethouders bezwaar hebben tegen de hoogte van de huursom, brengen zij die som terug tot het bedrag dat naar hun oordeel met de normale huurwaarde overeenkomt. In geval van verschil wordt dit bedrag geschat op de wijze, bedoeld in artikel 5. Wanneer door de gemeente de huur wordt vergoed, blijven voor de toepassing van artikel 134 van de wetde kosten van gebouwonderhoud buiten aanmerking.
2. Voor de gebouwen waarvoor voor 1 augustus 1985 vergoeding werd genoten op grond van artikel 205 bisvan de Lager-onderwijswet 1920, betaalt de gemeente aan het bevoegd gezag de verschuldigde en betaalde huur. Indien burgemeester en wethouders bezwaar hebben tegen de hoogte van de huursom, brengen zij die som terug tot het bedrag dat naar hun oordeel met de normale huurwaarde overeenkomt. In geval van verschil wordt dit bedrag geschat op de wijze, bedoeld in artikel 5. Wanneer door de gemeente de huur wordt vergoed, blijven voor de toepassing van artikel 134 van de wetde kosten van gebouwonderhoud buiten aanmerking.