BWBR0004190
Geldig vanaf 1986-01-01
Artikel 15
Besluit oude eigendoms- en huurscholen WPO
1. Wanneer de gebouwen en terreinen, bedoeld in artikel 12, worden vervreemd of zodra voor die gebouwen en terreinen overeenkomstig artikel 110 van de wetis vastgesteld dat zij blijvend niet meer voor het onderwijs aan de school worden gebruikt, betaalt het bevoegd gezag aan de gemeente terug het bedrag, dat de gemeente voor stichting, uitbreiding, verbouwing, herstel, voor zover niet gewoon onderhoud betreffende, of verandering van inrichting van het gebouw op grond van de bepalingen van de Kleuteronderwijswet heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met 2 percent voor wat betreft de stichting en uitbreiding met een of meer lokalen, en met 5 percent voor wat betreft verbouwing, herstel en verandering van inrichting, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
2. Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan stichting, uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen op grond van de bepalingen van de Wet op het basisonderwijszoals luidend op 31 december 1996 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met de afschrijvingspercentages, bedoeld in de Wet op het basisonderwijszoals luidend op 31 december 1996, voor wat betreft stichting, uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
3. Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente heeft uitgegeven aan de voorzieningen, bedoeld in artikel 92, eerste lid, onderdelen a 2º, b en c, van de wet, verminderd met de uit de gemeentebegroting blijkende afschrijving op het moment van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de buitengebruikstelling, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
4. Binnen vier weken na de vervreemding of nadat de buitengebruikstelling overeenkomstig artikel 110 van de wetis vastgesteld draagt het bevoegd gezag de roerende zaken, behalve die welke het bevoegd gezag niet met overheidsgelden heeft aangeschaft, aan de gemeente in eigendom over.
5. Indien het bevoegd gezag in de onmogelijkheid verkeert het gebouw en terrein tegen een zodanige prijs te verkopen of op andere wijze daaruit zodanige inkomsten te verwerven, dat uit de opbrengst het verschuldigde bedrag kan worden terugbetaald, kan het bevoegd gezag aan zijn verplichtingen voldoen door overdracht van het gebouw en terrein aan de gemeente, dan wel door betaling aan de gemeente van een door gedeputeerde staten vast te stellen vergoeding.
2. Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan stichting, uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen op grond van de bepalingen van de Wet op het basisonderwijszoals luidend op 31 december 1996 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met de afschrijvingspercentages, bedoeld in de Wet op het basisonderwijszoals luidend op 31 december 1996, voor wat betreft stichting, uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
3. Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente heeft uitgegeven aan de voorzieningen, bedoeld in artikel 92, eerste lid, onderdelen a 2º, b en c, van de wet, verminderd met de uit de gemeentebegroting blijkende afschrijving op het moment van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de buitengebruikstelling, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
4. Binnen vier weken na de vervreemding of nadat de buitengebruikstelling overeenkomstig artikel 110 van de wetis vastgesteld draagt het bevoegd gezag de roerende zaken, behalve die welke het bevoegd gezag niet met overheidsgelden heeft aangeschaft, aan de gemeente in eigendom over.
5. Indien het bevoegd gezag in de onmogelijkheid verkeert het gebouw en terrein tegen een zodanige prijs te verkopen of op andere wijze daaruit zodanige inkomsten te verwerven, dat uit de opbrengst het verschuldigde bedrag kan worden terugbetaald, kan het bevoegd gezag aan zijn verplichtingen voldoen door overdracht van het gebouw en terrein aan de gemeente, dan wel door betaling aan de gemeente van een door gedeputeerde staten vast te stellen vergoeding.