BWBR0004189
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 3a
Wet op de architectentitel
1. Voor de toepassing van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt, voor zover het de verstrekking van strafrechtelijke sancties betreft, een verklaring omtrent het gedrag aangemerkt als informatie omtrent strafrechtelijke sancties.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/33" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>wordt een aanvraag tot het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, ingediend door een bevoegde autoriteit uit een andere betrokken staat.
3. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30, eerste lid, eerste volzin, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>ingediend bij Onze Minister van Justitie.
4. Het bureau kan bij een bevoegde autoriteit uit een andere betrokken staat een verzoek indienen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/33" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>wordt een aanvraag tot het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, ingediend door een bevoegde autoriteit uit een andere betrokken staat.
3. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30, eerste lid, eerste volzin, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>ingediend bij Onze Minister van Justitie.
4. Het bureau kan bij een bevoegde autoriteit uit een andere betrokken staat een verzoek indienen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd.