BWBR0004163
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 2
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder gewezen zelfstandige:
de persoon die voor de voorziening in het bestaan was aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of beroep en die:
1°. de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en
2°. na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar het bedrijf of beroep heeft beëindigd.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met de gewezen zelfstandige gelijkgesteld de partner in de zin van <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>die voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als gewezen zelfstandige aangemerkt de persoon die voldoet aan het bepaalde in het eerste of tweede lid, en die met anderen het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, indien:
1°. de volledige zeggenschap in het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werd uitgeoefend en
2°. de financiële risico’s van het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werden gedragen.
4. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als gewezen zelfstandige aangemerkt de persoon die voldoet aan het bepaalde in het eerste of tweede lid, en die, anders dan als werknemer in de zin van de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap.
5. De gewezen zelfstandige was aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of beroep, indien werd voldaan aan het urencriterium, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
de persoon die voor de voorziening in het bestaan was aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of beroep en die:
1°. de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en
2°. na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar het bedrijf of beroep heeft beëindigd.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met de gewezen zelfstandige gelijkgesteld de partner in de zin van <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>die voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als gewezen zelfstandige aangemerkt de persoon die voldoet aan het bepaalde in het eerste of tweede lid, en die met anderen het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, indien:
1°. de volledige zeggenschap in het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werd uitgeoefend en
2°. de financiële risico’s van het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werden gedragen.
4. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als gewezen zelfstandige aangemerkt de persoon die voldoet aan het bepaalde in het eerste of tweede lid, en die, anders dan als werknemer in de zin van de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap.
5. De gewezen zelfstandige was aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of beroep, indien werd voldaan aan het urencriterium, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.