BWBR0004053
Geldig vanaf 1986-12-25
Artikel 5
Besluit operationalisering RDBZ
1. De ambtenaren, bedoeld in de artikelen 6en 7, kunnen, tenzij het tweede lid op hen van toepassing is, kenbaar maken of zij bij hun overgang naar de DBZ overplaatsbaar dan wel niet-overplaatsbaar ambtenaar willen worden, met inachtneming van artikel 11.
2. In afwijking van het eerste lid geldt de aldaar bedoelde keuzemogelijkheid niet voor degenen
a. ten aanzien van wie bij hun aanstelling werd bepaald dat zij slechts kunnen overgaan naar de DBZ als niet-overplaatsbaar ambtenaar,
b. die op basis van de Interimregeling Gemeenschappelijke Werving, Selectie en Opleiding (vastgesteld bij ministeriële regeling van 11 juli 1983) zijn aangeworven, en op grond van het in die regeling bepaalde overgaan naar de DBZ als overplaatsbaar ambtenaar, of
c. op wie artikel 4, tweede lid, van toepassing is.
2. In afwijking van het eerste lid geldt de aldaar bedoelde keuzemogelijkheid niet voor degenen
a. ten aanzien van wie bij hun aanstelling werd bepaald dat zij slechts kunnen overgaan naar de DBZ als niet-overplaatsbaar ambtenaar,
b. die op basis van de Interimregeling Gemeenschappelijke Werving, Selectie en Opleiding (vastgesteld bij ministeriële regeling van 11 juli 1983) zijn aangeworven, en op grond van het in die regeling bepaalde overgaan naar de DBZ als overplaatsbaar ambtenaar, of
c. op wie artikel 4, tweede lid, van toepassing is.