BWBR0004053
Geldig vanaf 1986-12-25
Artikel 13
Besluit operationalisering RDBZ
1. De in artikel 7bedoelde ambtenaar op wie de integratieclausule van toepassing is en die heeft gekozen voor overgang naar de DBZ als overplaatsbaar ambtenaar, wordt op de dag van inwerkingtreding van het RDBZoverplaatsbaar ambtenaar.
2. a. De in artikel 7 bedoelde ambtenaar op wie de integratieclausule niet van toepassing is en die heeft gekozen voor overgang naar de DBZ als overplaatsbaar ambtenaar, wordt eerst overplaatsbaar ambtenaar indien: 1°. betrokkene medisch geschikt is bevonden voor dienstverrichting waar ook ter wereld, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 25 en 51, vijfde lid, van het RDBZ, en
2°. er op grond van de uitslag van het antecedentenonderzoek en veiligheidsonderzoek, bedoeld in artikel 26 van het RDBZ, tegen dienstvervulling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ naar het oordeel van Onze Minister geen bezwaar bestaat.
1°. betrokkene medisch geschikt is bevonden voor dienstverrichting waar ook ter wereld, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 25 en 51, vijfde lid, van het RDBZ, en
2°. er op grond van de uitslag van het antecedentenonderzoek en veiligheidsonderzoek, bedoeld in artikel 26 van het RDBZ, tegen dienstvervulling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ naar het oordeel van Onze Minister geen bezwaar bestaat.
b. Onze Minister draagt zorg voor een zo spoedig mogelijke instelling van de onder a bedoelde onderzoeken.
3. a. Voor zolang de in het tweede lid bedoelde ambtenaar niet heeft voldaan aan de aldaar gestelde voorwaarden, is hij niet-overplaatsbaar ambtenaar.
b. Zodra de in het tweede lid bedoelde ambtenaar aan de aldaar gestelde voorwaarden voldoet, wordt hij, zonodig met terugwerkende kracht, met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van het RDBZ overplaatsbaar ambtenaar.
4. De in artikel 7bedoelde ambtenaar die heeft gekozen voor overgang naar de DBZ als niet-overplaatsbaar ambtenaar, wordt op de dag van inwerkingtreding van het RDBZniet-overplaatsbaar ambtenaar.
2. a. De in artikel 7 bedoelde ambtenaar op wie de integratieclausule niet van toepassing is en die heeft gekozen voor overgang naar de DBZ als overplaatsbaar ambtenaar, wordt eerst overplaatsbaar ambtenaar indien: 1°. betrokkene medisch geschikt is bevonden voor dienstverrichting waar ook ter wereld, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 25 en 51, vijfde lid, van het RDBZ, en
2°. er op grond van de uitslag van het antecedentenonderzoek en veiligheidsonderzoek, bedoeld in artikel 26 van het RDBZ, tegen dienstvervulling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ naar het oordeel van Onze Minister geen bezwaar bestaat.
1°. betrokkene medisch geschikt is bevonden voor dienstverrichting waar ook ter wereld, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 25 en 51, vijfde lid, van het RDBZ, en
2°. er op grond van de uitslag van het antecedentenonderzoek en veiligheidsonderzoek, bedoeld in artikel 26 van het RDBZ, tegen dienstvervulling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ naar het oordeel van Onze Minister geen bezwaar bestaat.
b. Onze Minister draagt zorg voor een zo spoedig mogelijke instelling van de onder a bedoelde onderzoeken.
3. a. Voor zolang de in het tweede lid bedoelde ambtenaar niet heeft voldaan aan de aldaar gestelde voorwaarden, is hij niet-overplaatsbaar ambtenaar.
b. Zodra de in het tweede lid bedoelde ambtenaar aan de aldaar gestelde voorwaarden voldoet, wordt hij, zonodig met terugwerkende kracht, met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van het RDBZ overplaatsbaar ambtenaar.
4. De in artikel 7bedoelde ambtenaar die heeft gekozen voor overgang naar de DBZ als niet-overplaatsbaar ambtenaar, wordt op de dag van inwerkingtreding van het RDBZniet-overplaatsbaar ambtenaar.