BWBR0004036
Geldig vanaf 1986-10-22
Artikel 4
Vaststelling Regeling ter bepaling grondslag uitkeringsgerechtigden
1. Indien de belanghebbende hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd en de desbetreffende opleiding heeft voltooid, wordt de grondslag vastgesteld naar het inkomen dat hij, gezien de aard van de voltooide opleiding, uit arbeid in een met die opleiding overeenstemmende werkkring ten tijde van de aanvraag zou hebben verdiend.
2. Indien de belanghebbende de in het eerste lid bedoelde opleiding niet heeft kunnen voltooien, kan de grondslag, gezien de aard en de duur van die opleiding, en mede gezien zijn leeftijd, verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag, worden vastgesteld op de wijze als in het eerste lid omschreven.
2. Indien de belanghebbende de in het eerste lid bedoelde opleiding niet heeft kunnen voltooien, kan de grondslag, gezien de aard en de duur van die opleiding, en mede gezien zijn leeftijd, verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag, worden vastgesteld op de wijze als in het eerste lid omschreven.