BWBR0004034
Geldig vanaf 1985-03-01
Artikel II
Besluit bepalingen met betrekking tot de betaling van de vakantie-uitkering in 1985 en vaststelling van een overgangsregeling in verband met de Wet afschaffing overneming premie A.O.W./A.W.W.
1. Voor de militair wiens bezoldiging op 31 mei 1985 wordt verhoogd op grond van artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 ( Stb.50) onderscheidenlijk die aanspraak heeft op een garantietoelage op grond van artikel 37, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 ( Stb.1968, 523) wordt het in genoemde artikelen bedoelde maandbedrag van het wettelijke minimumloon fictief verhoogd met 10%.
2. Voor de toepassing van het gestelde in het vorige lid worden artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 ( Stb.50) onderscheidenlijk artikel 37 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 ( Stb.1968, 523) geacht te luiden zoals zij luidden op genoemde datum, zulks onverminderd het bepaalde in artikel II van het Besluit van 23 augustus 1984 ( Stb.413), houdende vaststelling van een tweetal overgangsregelingen, ingaande 1 oktober 1984, in verband met de wijziging van de bezoldigingsvoorschriften voor militairen naar aanleiding van de structurele herziening van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren1948 ( Stb.1949, J 261) per 1 januari 1984.
2. Voor de toepassing van het gestelde in het vorige lid worden artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 ( Stb.50) onderscheidenlijk artikel 37 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 ( Stb.1968, 523) geacht te luiden zoals zij luidden op genoemde datum, zulks onverminderd het bepaalde in artikel II van het Besluit van 23 augustus 1984 ( Stb.413), houdende vaststelling van een tweetal overgangsregelingen, ingaande 1 oktober 1984, in verband met de wijziging van de bezoldigingsvoorschriften voor militairen naar aanleiding van de structurele herziening van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren1948 ( Stb.1949, J 261) per 1 januari 1984.