1. Voor de militair wiens bezoldiging op 31 mei 1985 wordt verhoogd op grond van artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 (
Stb.50) onderscheidenlijk die aanspraak heeft op een garantietoelage op grond van artikel 37, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (
Stb.1968, 523) wordt het in genoemde artikelen bedoelde maandbedrag van het wettelijke minimumloon fictief verhoogd met 10%.
2. Voor de toepassing van het gestelde in het vorige lid worden artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 (
Stb.50) onderscheidenlijk artikel 37 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (
Stb.1968, 523) geacht te luiden zoals zij luidden op genoemde datum, zulks onverminderd het bepaalde in artikel II van het Besluit van 23 augustus 1984 (
Stb.413), houdende vaststelling van een tweetal overgangsregelingen, ingaande 1 oktober 1984, in verband met de wijziging van de bezoldigingsvoorschriften voor militairen naar aanleiding van de structurele herziening van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren1948 (
Stb.1949, J 261) per 1 januari 1984.