BWBR0004028
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 35
Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
1. De ingevolge artikel 34genomen beslissing en de dag waarop het daarbij vastgestelde bedrag moet worden voldaan worden vanwege de officier van justitie zo spoedig mogelijk aan de veroordeelde ter kennis gebracht.
2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan de veroordeelde binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat de beslissing hem bekend is, een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank, indien de opgelegde geldboete het bedrag van € 22,50 overschrijdt.
3. Het bezwaarschrift wordt behandeld door de politierechter. Indien de politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld, verwijst hij de zaak daar heen.
4. Is het bezwaarschrift ingediend door een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraakbedoelde persoon, dan wordt het behandeld door de militaire politierechter. Indien de militaire politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld, dan verwijst hij de zaak naar de militaire kamer.
5. Op de wijze van indiening en intrekking van een bezwaarschrift zijn de artikelen 449, derde lid, en 450-454 van het Wetboek van Strafvorderingvan overeenkomstige toepassing.
6. Op de behandeling van het bezwaarschrift zijn de artikelen 25, 26, 27, 28en 30van deze wet van overeenkomstige toepassing.
7. Verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond, dan vernietigt zij de beslissing van de officier van justitie of vult deze aan met inachtneming van het bepaalde in artikel 24a van het Wetboek van Strafrecht. Acht zij, ondanks vernietiging de tenuitvoerlegging wel toelaatbaar, dan doet zij wat de officier van justitie had behoren te doen. In alle gevallen dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van een geldboete toelaatbaar verklaart, bepaalt zij tevens de duur van de vervangende hechtenis.
8. De artikelen 32en 33van deze wet zijn toepasselijk.
2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan de veroordeelde binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat de beslissing hem bekend is, een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank, indien de opgelegde geldboete het bedrag van € 22,50 overschrijdt.
3. Het bezwaarschrift wordt behandeld door de politierechter. Indien de politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld, verwijst hij de zaak daar heen.
4. Is het bezwaarschrift ingediend door een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraakbedoelde persoon, dan wordt het behandeld door de militaire politierechter. Indien de militaire politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld, dan verwijst hij de zaak naar de militaire kamer.
5. Op de wijze van indiening en intrekking van een bezwaarschrift zijn de artikelen 449, derde lid, en 450-454 van het Wetboek van Strafvorderingvan overeenkomstige toepassing.
6. Op de behandeling van het bezwaarschrift zijn de artikelen 25, 26, 27, 28en 30van deze wet van overeenkomstige toepassing.
7. Verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond, dan vernietigt zij de beslissing van de officier van justitie of vult deze aan met inachtneming van het bepaalde in artikel 24a van het Wetboek van Strafrecht. Acht zij, ondanks vernietiging de tenuitvoerlegging wel toelaatbaar, dan doet zij wat de officier van justitie had behoren te doen. In alle gevallen dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van een geldboete toelaatbaar verklaart, bepaalt zij tevens de duur van de vervangende hechtenis.
8. De artikelen 32en 33van deze wet zijn toepasselijk.