BWBR0004019
Geldig vanaf 1986-10-01
Artikel 4
Besluit op de erkende onderwijsinstellingen
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt er zorg voor dat de cursist vóór de aanvang van de cursus schriftelijk wordt medegedeeld, dat het van wezenlijk belang is dat regelmatig werk ter correctie wordt ingezonden.
2. In alle gevallen waarin de cursist een aanzienlijke achterstand heeft bij de inzending van het te corrigeren werk, doet het bevoegd gezag van de instelling aan de cursist een brief of aanwijzing toekomen om te bevorderen dat tijdens de cursusduur regelmatig correctiewerk wordt ingezonden.
3. Indien de cursist gedurende een maand na de datum waarop de brief of de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, is verzonden in gebreke blijft, doet het bevoegd gezag van de instelling binnen twee weken na het verstrijken van die termijn tenminste nog eenmaal de in het tweede lid bedoelde brief of aanwijzing aan de cursist toekomen.
2. In alle gevallen waarin de cursist een aanzienlijke achterstand heeft bij de inzending van het te corrigeren werk, doet het bevoegd gezag van de instelling aan de cursist een brief of aanwijzing toekomen om te bevorderen dat tijdens de cursusduur regelmatig correctiewerk wordt ingezonden.
3. Indien de cursist gedurende een maand na de datum waarop de brief of de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, is verzonden in gebreke blijft, doet het bevoegd gezag van de instelling binnen twee weken na het verstrijken van die termijn tenminste nog eenmaal de in het tweede lid bedoelde brief of aanwijzing aan de cursist toekomen.