BWBR0004019
Geldig vanaf 1986-10-01
Artikel 15
Besluit op de erkende onderwijsinstellingen
1. De examens van een instelling worden geregeld in een of meer examenreglementen, die de goedkeuring van Onze Minister behoeven.
2. Het bevoegd gezag van de instelling verstrekt aan iedere kandidaat een exemplaar van het op hem van toepassing zijnde examenreglement.
3. De examenreglementen bevatten in elk geval:
a. bepalingen omtrent de in artikel 12, eerste lid, de onderdelen a tot en met h, van de wet opgenomen onderwerpen;
b. bepalingen omtrent het examengeld en het al dan niet terugbetalen van reeds betaalde examengelden bij niet deelneming aan het examen;
c. welke vakken examenvakken zijn;
d. voor ieder examenvak de stof waarop het examen betrekking zal hebben;
e. voor ieder examenvak of het examen zal plaatsvinden op schriftelijke wijze, op mondelinge wijze, op praktische wijze, dan wel door een combinatie daarvan;
f. bepalingen omtrent een eventuele praktijktijd, de beoordeling daarvan en door wie de beoordeling plaatsvindt;
g. het bepaalde in de artikelen 17, 21, 22 en 24 van dit besluit en artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de wet;
h. bepalingen voor kandidaten die om een geldige reden, ter beoordeling van het bevoegd gezag van de instelling, niet aan het examen hebben kunnen deelnemen dan wel bij een of meer zittingen niet aanwezig konden zijn;
i. een bepaling bij wie en binnen welke termijn een kandidaat indien hem verdere deelneming aan het examen is ontzegd of zijn examen ongeldig is verklaard, in beroep kan gaan;
j. een regeling voor de examinering van kandidaten die in bijzondere omstandigheden verkeren.
2. Het bevoegd gezag van de instelling verstrekt aan iedere kandidaat een exemplaar van het op hem van toepassing zijnde examenreglement.
3. De examenreglementen bevatten in elk geval:
a. bepalingen omtrent de in artikel 12, eerste lid, de onderdelen a tot en met h, van de wet opgenomen onderwerpen;
b. bepalingen omtrent het examengeld en het al dan niet terugbetalen van reeds betaalde examengelden bij niet deelneming aan het examen;
c. welke vakken examenvakken zijn;
d. voor ieder examenvak de stof waarop het examen betrekking zal hebben;
e. voor ieder examenvak of het examen zal plaatsvinden op schriftelijke wijze, op mondelinge wijze, op praktische wijze, dan wel door een combinatie daarvan;
f. bepalingen omtrent een eventuele praktijktijd, de beoordeling daarvan en door wie de beoordeling plaatsvindt;
g. het bepaalde in de artikelen 17, 21, 22 en 24 van dit besluit en artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de wet;
h. bepalingen voor kandidaten die om een geldige reden, ter beoordeling van het bevoegd gezag van de instelling, niet aan het examen hebben kunnen deelnemen dan wel bij een of meer zittingen niet aanwezig konden zijn;
i. een bepaling bij wie en binnen welke termijn een kandidaat indien hem verdere deelneming aan het examen is ontzegd of zijn examen ongeldig is verklaard, in beroep kan gaan;
j. een regeling voor de examinering van kandidaten die in bijzondere omstandigheden verkeren.