BWBR0004012
Geldig vanaf 1986-08-12
Artikel 4
Bevoegdheden onderwijzers en kleuterleiders (m/v) met Antilliaanse of Arubaanse akten
Met de akte van bekwaamheid als hoofdleidster, bedoeld in artikel 116, eerste lid onder b van de Wet op het basisonderwijs worden gelijkgesteld:
a. de akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs, uitgereikt door de examencommissie, benoemd krachtens artikel 5 van het Landsbesluit van de Nederlandse Antillen van de 22ste augustus 1968 (P.B. 1968, nr. 134), voor 1 januari 1989 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba;
b. de akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs, verkregen na het met goed gevolg afleggen van het eindexamen, in de zin van artikel 32 van de Landsverordening voortgezet onderwijs (P.B. 1979, no. 29), voor 1 januari 1989 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba.
a. de akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs, uitgereikt door de examencommissie, benoemd krachtens artikel 5 van het Landsbesluit van de Nederlandse Antillen van de 22ste augustus 1968 (P.B. 1968, nr. 134), voor 1 januari 1989 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba;
b. de akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs, verkregen na het met goed gevolg afleggen van het eindexamen, in de zin van artikel 32 van de Landsverordening voortgezet onderwijs (P.B. 1979, no. 29), voor 1 januari 1989 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba.