Met de akte van bekwaamheid als leidster, bedoeld in artikel 116, eerste lid, onder b van de Wet op het basisonderwijs worden gelijkgesteld:
a. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres bij het voorbereidend onderwijs, na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1988 uitgereikt door een examencommissie, benoemd krachtens artikel 132 van de Onderwijsverordening 1935 van de Nederlandse Antillen (P.B. 1954, nr. 43), behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba;
b. het getuigschrift van kleuterleidster, uitgereikt door een examencommissie, benoemd krachtens artikel 1 van het Landsbesluit van de Nederlandse Antillen van 17 mei 1962, nr. 68, voor 1 januari 1988 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba;
c. het getuigschrift van kleuterleidster, na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1988 uitgereikt door de examencommissie, benoemd door de Stichting RK Schoolbestuur voor de scholen der Zusters Franciscanessen van Roosendaal te Curaçao;
d. de akte van bekwaamheid als leidster bij het kleuteronderwijs, verkregen na het met goed gevolg afleggen van het eindexamen, in de zin van artikel 32 van de Landsverordening voortgezet onderwijs (P.B. 1979, no. 29), voor 1 januari 1988 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba.