BWBR0003987
Geldig vanaf 1986-07-08
Artikel 4
Instelling Nederlandse organisatie voor technologisch aspectenonderzoek
1. De Stuurgroep bestaat in aanvang uit 9 leden, onder wie de voorzitter.
2. De minister benoemt en ontslaat de leden bij afzonderlijk besluit.
3. De voorzitter en 4 leden worden benoemd op voordracht van het Bestuur van de Akademie, de overige 4 leden op voordracht van de WRR. De Akademie en de WRR voeren onderling overleg over de voordrachten alvorens deze aan de minister voor te leggen.
4. De voorzitter en de overige leden worden op persoonlijke titel benoemd op grond van hun deskundigheid met betrekking tot en affiniteit tot maatschappelijke en ethische aspecten van wetenschap en technologie of op het gebied van het Technologisch Aspectenonderzoek.
5. De Stuurgroep kan uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen. De minister, de Akademie en de WRR worden van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter in kennis gesteld.
6. De voorzitter en de overige leden van de Stuurgroep worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij zijn na het verstrijken van hun eerste zittingsperiode onmiddellijk herbenoembaar voor één periode van vier jaren met inachtneming van het bepaalde in het zevende en achtste lid.
7. Om het andere jaar treedt de helft van de leden van de Stuurgroep af. Derhalve wordt van de Stuurgroep in haar eerste samenstelling de helft van de door de Akademie voorgedragen en de helft van de door de WRR voorgedragen leden voor een periode van twee jaar benoemd, volgens een door de Stuurgroep op te stellen rooster van aftreden. Tussentijds benoemde leden die de zetel van afgetreden leden innemen, nemen ook wat het rooster van aftreden betreft, de plaats in van degenen die zij opvolgen.
8. De leden treden af aan het eind van het kalenderjaar waarin zij 70 jaar worden.
9. De minister kan, op voordracht van de Akademie en de WRR en gehoord de Stuurgroep, wijzigingen in de samenstelling en de omvang van de Stuurgroep aanbrengen.
10. Voor de voorzitter van de Stuurgroep kan de minister een regeling treffen voor de vergoeding van werkzaamheden.
11. De leden van de Stuurgroep hebben recht op vergoeding van door hen voor voorbereiding en bijwoning van vergaderingen gemaakte kosten. Indien noodzakelijk kan de minister voor leden van de Stuurgroep een regeling treffen voor vergoeding van de werkelijk gemaakte werkuren of werkdagen.
2. De minister benoemt en ontslaat de leden bij afzonderlijk besluit.
3. De voorzitter en 4 leden worden benoemd op voordracht van het Bestuur van de Akademie, de overige 4 leden op voordracht van de WRR. De Akademie en de WRR voeren onderling overleg over de voordrachten alvorens deze aan de minister voor te leggen.
4. De voorzitter en de overige leden worden op persoonlijke titel benoemd op grond van hun deskundigheid met betrekking tot en affiniteit tot maatschappelijke en ethische aspecten van wetenschap en technologie of op het gebied van het Technologisch Aspectenonderzoek.
5. De Stuurgroep kan uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen. De minister, de Akademie en de WRR worden van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter in kennis gesteld.
6. De voorzitter en de overige leden van de Stuurgroep worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij zijn na het verstrijken van hun eerste zittingsperiode onmiddellijk herbenoembaar voor één periode van vier jaren met inachtneming van het bepaalde in het zevende en achtste lid.
7. Om het andere jaar treedt de helft van de leden van de Stuurgroep af. Derhalve wordt van de Stuurgroep in haar eerste samenstelling de helft van de door de Akademie voorgedragen en de helft van de door de WRR voorgedragen leden voor een periode van twee jaar benoemd, volgens een door de Stuurgroep op te stellen rooster van aftreden. Tussentijds benoemde leden die de zetel van afgetreden leden innemen, nemen ook wat het rooster van aftreden betreft, de plaats in van degenen die zij opvolgen.
8. De leden treden af aan het eind van het kalenderjaar waarin zij 70 jaar worden.
9. De minister kan, op voordracht van de Akademie en de WRR en gehoord de Stuurgroep, wijzigingen in de samenstelling en de omvang van de Stuurgroep aanbrengen.
10. Voor de voorzitter van de Stuurgroep kan de minister een regeling treffen voor de vergoeding van werkzaamheden.
11. De leden van de Stuurgroep hebben recht op vergoeding van door hen voor voorbereiding en bijwoning van vergaderingen gemaakte kosten. Indien noodzakelijk kan de minister voor leden van de Stuurgroep een regeling treffen voor vergoeding van de werkelijk gemaakte werkuren of werkdagen.