BWBR0003987
Geldig vanaf 1986-07-08
Artikel 10
Instelling Nederlandse organisatie voor technologisch aspectenonderzoek
1. Nadat de Organisatie haar derde jaarlijkse programma heeft uitgevoerd, zal de opzet en de werkwijze van de Organisatie door een evaluatiecommissie op haar effectiviteit en doelmatigheid worden beoordeeld, mede aan de hand van een door de Organisatie op te stellen rapportage over haar werkwijze. Deze rapportage wordt opgesteld, nadat het bureau is gehoord. Deze evaluatiecommissie zal worden ingesteld door de minister, na overleg over de samenstelling met de Akademie en de WRR. De beoordeling door de evaluatiecommissie en de rapportage van de Organisatie zullen ook aan de Staten-Generaal worden gezonden.
2. Op basis van deze evaluatie zal de minister in overleg met de Staten-Generaal zijn standpunt bepalen over de wijze waarop de uitoefening van de taken van de Organisatie dient te worden gecontinueerd. Naar aanleiding hiervan zal tussen de minister, de Akademie, de WRR en de Organisatie zonodig overleg worden gevoerd over veranderingen in opzet en werkwijze van de Organisatie.
2. Op basis van deze evaluatie zal de minister in overleg met de Staten-Generaal zijn standpunt bepalen over de wijze waarop de uitoefening van de taken van de Organisatie dient te worden gecontinueerd. Naar aanleiding hiervan zal tussen de minister, de Akademie, de WRR en de Organisatie zonodig overleg worden gevoerd over veranderingen in opzet en werkwijze van de Organisatie.