BWBR0003963
Geldig vanaf 1986-05-14
Artikel 6
Besluit Nationale havenraad
1. De raad heeft ten minste negentien en ten hoogste tweeëntwintig leden. Onze Minister stelt, de raad gehoord, het aantal vast.
2. In de raad hebben in elk geval zitting:
a. een voorzitter;
b. ten minste zes vertegenwoordigers van het havenbedrijfsleven;
c. ten minste één vertegenwoordiger van de dagelijkse besturen van gemeenten en/of andere openbare lichamen betrokken bij het beheer en bestuur van zeehavens, uit elk van de commissies bedoeld in artikel 12 leden 5 en 6;
d. zes vertegenwoordigers van het rijk.
3. Voor de leden in het vorige lid onder b, cen dwordt door Onze Minister, de raad gehoord, vastgesteld: de functie of hoedanigheid op grond waarvan een lid kan worden benoemd en door wie een voordracht wordt gedaan.
2. In de raad hebben in elk geval zitting:
a. een voorzitter;
b. ten minste zes vertegenwoordigers van het havenbedrijfsleven;
c. ten minste één vertegenwoordiger van de dagelijkse besturen van gemeenten en/of andere openbare lichamen betrokken bij het beheer en bestuur van zeehavens, uit elk van de commissies bedoeld in artikel 12 leden 5 en 6;
d. zes vertegenwoordigers van het rijk.
3. Voor de leden in het vorige lid onder b, cen dwordt door Onze Minister, de raad gehoord, vastgesteld: de functie of hoedanigheid op grond waarvan een lid kan worden benoemd en door wie een voordracht wordt gedaan.