BWBR0003963
Geldig vanaf 1986-05-14
Artikel 12
Besluit Nationale havenraad
1. De raad kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging commissies instellen, waarvan ten minste de secretaris lid is.
2. De commissies dienen de raad van advies ter voorbereiding van het overleg in de raad over bepaalde onderwerpen of van een bepaald rapport.
3. De voorzitter van de raad kan deelnemen aan de vergaderingen van commissies die door de raad zijn ingesteld. Hij ontvangt alle stukken van die commissies.
4. Bij de instelling van een commissie wijst de raad een voorzitter aan en voorziet in de regeling van het secretariaat.
5. De raad stelt een commissie van de overige zeehavens in. In deze commissie heeft in elk geval zitting een vertegenwoordiger van elk van de colleges van burgemeester en wethouders van door Onze Minister aan te wijzen gemeenten en van de dagelijkse besturen van door Onze Minister aan te wijzen andere openbare lichamen.
6. De raad stelt voorts voor elk van de daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende zeehavenregio's een commissie in. In deze commissies hebben zitting vertegenwoordigers van openbare lichamen en van het havenbedrijfsleven uit die regio's.
7. Ten aanzien van commissies zijn de artikelen 10en 11van overeenkomstige toepassing.
2. De commissies dienen de raad van advies ter voorbereiding van het overleg in de raad over bepaalde onderwerpen of van een bepaald rapport.
3. De voorzitter van de raad kan deelnemen aan de vergaderingen van commissies die door de raad zijn ingesteld. Hij ontvangt alle stukken van die commissies.
4. Bij de instelling van een commissie wijst de raad een voorzitter aan en voorziet in de regeling van het secretariaat.
5. De raad stelt een commissie van de overige zeehavens in. In deze commissie heeft in elk geval zitting een vertegenwoordiger van elk van de colleges van burgemeester en wethouders van door Onze Minister aan te wijzen gemeenten en van de dagelijkse besturen van door Onze Minister aan te wijzen andere openbare lichamen.
6. De raad stelt voorts voor elk van de daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende zeehavenregio's een commissie in. In deze commissies hebben zitting vertegenwoordigers van openbare lichamen en van het havenbedrijfsleven uit die regio's.
7. Ten aanzien van commissies zijn de artikelen 10en 11van overeenkomstige toepassing.