BWBR0003935
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 14
Vergoedingenbesluit particulier verzekerden
1. Vergoeding van de kosten van niet-klinische haemodialyse omvat de vergoeding van de kosten van de hulp verleend:
a. in een dialysecentrum;
b. ten huize van de verzekerde.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding omvat:
a. vergoeding van de kosten van de aan de verzekerde verleende haemodialyse, alsmede van het daarmee verband houdende onderzoek, behandeling en verpleging;
b. vergoeding van de kosten, verband houdende met door het dialysecentrum verleende psychosociale begeleiding.
3. De in het eerste lid, onder b, bedoelde vergoeding omvat bovendien:
a. vergoeding van de kosten voor redelijkerwijs te verrichten aanpassingen in en aan de woning en voor het herstel in de oorspronkelijke staat;
b. vergoeding van de overige kosten die rechtstreeks met de thuisdialyse samenhangen;
c. vergoeding van de kosten, verband houdende met de opleiding door het dialysecentrum van degenen die de dialyse uitvoeren dan wel daarbij behulpzaam zijn;
d. vergoeding van de kosten van het in bruikleen geven van de haemodialyse-apparatuur met toebehoren, de vergoeding van de kosten van de regelmatige controle en het onderhoud hiervan, vervanging inbegrepen, alsmede van de chemicaliën en vloeistoffen, benodigd voor het verrichten van de haemodialyse.
4. Vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde lid, onder aen b, wordt alleen verleend voor zover niet andere wettelijke regelingen daarin voorzien.
a. in een dialysecentrum;
b. ten huize van de verzekerde.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding omvat:
a. vergoeding van de kosten van de aan de verzekerde verleende haemodialyse, alsmede van het daarmee verband houdende onderzoek, behandeling en verpleging;
b. vergoeding van de kosten, verband houdende met door het dialysecentrum verleende psychosociale begeleiding.
3. De in het eerste lid, onder b, bedoelde vergoeding omvat bovendien:
a. vergoeding van de kosten voor redelijkerwijs te verrichten aanpassingen in en aan de woning en voor het herstel in de oorspronkelijke staat;
b. vergoeding van de overige kosten die rechtstreeks met de thuisdialyse samenhangen;
c. vergoeding van de kosten, verband houdende met de opleiding door het dialysecentrum van degenen die de dialyse uitvoeren dan wel daarbij behulpzaam zijn;
d. vergoeding van de kosten van het in bruikleen geven van de haemodialyse-apparatuur met toebehoren, de vergoeding van de kosten van de regelmatige controle en het onderhoud hiervan, vervanging inbegrepen, alsmede van de chemicaliën en vloeistoffen, benodigd voor het verrichten van de haemodialyse.
4. Vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde lid, onder aen b, wordt alleen verleend voor zover niet andere wettelijke regelingen daarin voorzien.