BWBR0003929
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 3
Besluit uitzonderingen registratieregime diergeneesmiddelen
1. Een diergeneesmiddel wordt opgenomen in de Lijst van homeopathische diergeneesmiddelen 1993, indien het een diergeneesmiddel betreft dat reeds was opgenomen in de lijst van homeopathische diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 2van dit besluit zoals dit luidde op 31 oktober 1993, dan wel indien hiertoe vóór 1 januari 1994 door degene die verantwoordelijk is voor het in Nederland in de handel brengen van dat diergeneesmiddel een verzoek is ingediend en uit de door de verzoeker te verstrekken gegevens blijkt, dat:
a. het middel onder meer door zijn bereiding en de aanbevolen toepassingswijze past in de veterinaire homeopathie;
b. het middel bij de aanbevolen toepassingswijze niet schadelijk is voor de gezondheid van mens of dier.
2. Onze Minister stelt regelen omtrent de wijze waarop het in het eerste lid bedoelde verzoek moet worden gedaan en omtrent de gegevens die daarbij moeten worden verstrekt.
3. De opname in de lijst wordt doorgehaald:
a. indien degene die verantwoordelijk is voor het in Nederland in de handel brengen van het diergeneesmiddel daarom verzoekt;
b. indien blijkt dat niet of niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid, onder a of b gestelde vereisten.
4. a. Alvorens de opname in de lijst wordt doorgehaald omdat naar het oordeel van Onze Minister niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid, onder a en b, gestelde vereisten, wordt degene op wiens verzoek het diergeneesmiddel is opgenomen in de lijst, in de gelegenheid gesteld zijn mening daaromtrent kenbaar te maken.
b. Het besluit houdende doorhaling van de opname wordt bij aangetekende brief aan degene wiens diergeneesmiddel in de lijst was opgenomen toegezonden. Het besluit vermeldt de datum met ingang waarvan de doorhaling van kracht wordt. Deze datum wordt niet vroeger gesteld dan zes maanden na de datum van de beslissing tenzij bijzondere omstandigheden onmiddellijke doorhaling noodzakelijk maken.
a. het middel onder meer door zijn bereiding en de aanbevolen toepassingswijze past in de veterinaire homeopathie;
b. het middel bij de aanbevolen toepassingswijze niet schadelijk is voor de gezondheid van mens of dier.
2. Onze Minister stelt regelen omtrent de wijze waarop het in het eerste lid bedoelde verzoek moet worden gedaan en omtrent de gegevens die daarbij moeten worden verstrekt.
3. De opname in de lijst wordt doorgehaald:
a. indien degene die verantwoordelijk is voor het in Nederland in de handel brengen van het diergeneesmiddel daarom verzoekt;
b. indien blijkt dat niet of niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid, onder a of b gestelde vereisten.
4. a. Alvorens de opname in de lijst wordt doorgehaald omdat naar het oordeel van Onze Minister niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid, onder a en b, gestelde vereisten, wordt degene op wiens verzoek het diergeneesmiddel is opgenomen in de lijst, in de gelegenheid gesteld zijn mening daaromtrent kenbaar te maken.
b. Het besluit houdende doorhaling van de opname wordt bij aangetekende brief aan degene wiens diergeneesmiddel in de lijst was opgenomen toegezonden. Het besluit vermeldt de datum met ingang waarvan de doorhaling van kracht wordt. Deze datum wordt niet vroeger gesteld dan zes maanden na de datum van de beslissing tenzij bijzondere omstandigheden onmiddellijke doorhaling noodzakelijk maken.