BWBR0003894
Geldig vanaf 1985-12-25
Artikel 3
Wet tot gemeentelijke indeling van de Waddenzee
1. De op de dag, voorafgaande aan de datum van grenswijziging, geldende voorschriften van een provincie of van een gemeente gelden met ingang van die datum mede voor aan die provincie of aan die gemeente toegevoegd gebied.
2. De vóór de datum van grenswijziging vastgestelde structuurplannen en onherroepelijk goedgekeurde bestemmingsplannen alsmede de onherroepelijk goedgekeurde regelingen en voorschriften die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Overgangswet Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvestingworden geacht bestemmingsplannen te zijn in de zin van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, worden met betrekking tot overgaand gebied voor de toepassing van laatstgenoemde wet en de Woningwetgeacht te zijn vastgesteld door het bevoegde gezag van de gemeente waaraan dat gebied is toegevoegd. Zij behouden hun rechtskracht zolang het bevoegde gezag niet anders bepaalt.
3. Evenzo wordt een vóór die datum van grenswijziging genomen raadsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningmet betrekking tot overgaand gebied geacht te zijn genomen door de raad van de gemeente waaraan dat gebied is toegevoegd. Het bepaalde in het vierde lid van genoemd wetsartikel blijft daarop onverkort van toepassing.
2. De vóór de datum van grenswijziging vastgestelde structuurplannen en onherroepelijk goedgekeurde bestemmingsplannen alsmede de onherroepelijk goedgekeurde regelingen en voorschriften die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Overgangswet Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvestingworden geacht bestemmingsplannen te zijn in de zin van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, worden met betrekking tot overgaand gebied voor de toepassing van laatstgenoemde wet en de Woningwetgeacht te zijn vastgesteld door het bevoegde gezag van de gemeente waaraan dat gebied is toegevoegd. Zij behouden hun rechtskracht zolang het bevoegde gezag niet anders bepaalt.
3. Evenzo wordt een vóór die datum van grenswijziging genomen raadsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningmet betrekking tot overgaand gebied geacht te zijn genomen door de raad van de gemeente waaraan dat gebied is toegevoegd. Het bepaalde in het vierde lid van genoemd wetsartikel blijft daarop onverkort van toepassing.