BWBR0003889
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 12
Besluit op de ruimtelijke ordening 1985
1. Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp daarvoor worden vervat in:
a. een omschrijving van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven, die met het oog op een goede ruimtelijke ordening aan de in het plan begrepen gronden worden toegekend, alsmede in voorkomend geval, een beschrijving in hoofdlijnen van de wijze waarop met het plan dat doel of die doeleinden worden nagestreefd;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden worden aangewezen;
c. voor zover nodig, voorschriften omtrent het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daarop bevindende opstallen;
d. voor zover nodig, regelen dan wel grenzen als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 15 van de wet.
2. Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp daarvoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd:
a. de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van het in artikel 9 bedoelde onderzoek voor zover dit onderzoek het in het plan begrepen gebied betreft;
b. de uitkomsten van het in artikel 10 bedoelde overleg;
c. een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding;
d. een rapportering als bedoeld in artikel 6a van de wet juncto artikel 150, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;
e. in voorkomend geval, vermelding van het ontbreken van overeenstemming over verdeling van de hogere kosten als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de wet.
a. een omschrijving van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven, die met het oog op een goede ruimtelijke ordening aan de in het plan begrepen gronden worden toegekend, alsmede in voorkomend geval, een beschrijving in hoofdlijnen van de wijze waarop met het plan dat doel of die doeleinden worden nagestreefd;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden worden aangewezen;
c. voor zover nodig, voorschriften omtrent het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daarop bevindende opstallen;
d. voor zover nodig, regelen dan wel grenzen als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 15 van de wet.
2. Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp daarvoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd:
a. de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van het in artikel 9 bedoelde onderzoek voor zover dit onderzoek het in het plan begrepen gebied betreft;
b. de uitkomsten van het in artikel 10 bedoelde overleg;
c. een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding;
d. een rapportering als bedoeld in artikel 6a van de wet juncto artikel 150, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;
e. in voorkomend geval, vermelding van het ontbreken van overeenstemming over verdeling van de hogere kosten als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de wet.