BWBR0003874
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 2
Regeling werkwijze landinrichtingscommissie
1. De landinrichtingscommissie, hierna te noemen de commissie, vergadert als regel éénmaal per twee maanden en voorts:
a. zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht;
b. wanneer de voorzitter daartoe van een meerderheid van de leden een gemotiveerd verzoek ontvangt;
c. wanneer de voorzitter door of vanwege Gedeputeerde Staten wordt verzocht een vergadering bijeen te roepen.
2. De vergaderingen van de commissie worden voorbereid door een agendacommissie, bestaande uit de voorzitter en de secretaris van de commissie, het betrokken teamhoofd inrichting DLG, en de ingenieur van het kadaster. Het teamhoofd inrichting DLG en de ingenieur van het kadaster kunnen zich doen vervangen.
3. Ieder lid van de commissie kan schriftelijk gemotiveerd bij de agendacommissie voorstellen voor agendapunten indienen.
4. De agendacommissie stelt de agenda op en draagt zorg voor een zoveel mogelijk schriftelijke voorbereiding van de te behandelen onderwerpen.
5. Alle vergaderingen, met uitzondering van die welke naar het oordeel van de voorzitter een spoedeisend karakter dragen, worden door de secretaris met inachtneming van een termijn van ten minste 7 dagen uitgeschreven onder toezending van de agenda met bijbehorende stukken.
a. zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht;
b. wanneer de voorzitter daartoe van een meerderheid van de leden een gemotiveerd verzoek ontvangt;
c. wanneer de voorzitter door of vanwege Gedeputeerde Staten wordt verzocht een vergadering bijeen te roepen.
2. De vergaderingen van de commissie worden voorbereid door een agendacommissie, bestaande uit de voorzitter en de secretaris van de commissie, het betrokken teamhoofd inrichting DLG, en de ingenieur van het kadaster. Het teamhoofd inrichting DLG en de ingenieur van het kadaster kunnen zich doen vervangen.
3. Ieder lid van de commissie kan schriftelijk gemotiveerd bij de agendacommissie voorstellen voor agendapunten indienen.
4. De agendacommissie stelt de agenda op en draagt zorg voor een zoveel mogelijk schriftelijke voorbereiding van de te behandelen onderwerpen.
5. Alle vergaderingen, met uitzondering van die welke naar het oordeel van de voorzitter een spoedeisend karakter dragen, worden door de secretaris met inachtneming van een termijn van ten minste 7 dagen uitgeschreven onder toezending van de agenda met bijbehorende stukken.