BWBR0003856
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 23
Regeling bijdragen werknemers in landinrichtingsgebieden
Indien de werknemer tijdens het genot van de in artikel 7, eerste lid, onder a, bedoelde maandelijkse uitkering overlijdt, wordt deze tot en met de laatste dag van de tweede maand, volgende op die, waarin het overlijden plaatsvond, uitbetaald:
a. aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledene niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leeft.
a. aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledene niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leeft.