BWBR0003816
Geldig vanaf 1985-07-05
Artikel 58
Wet instelling provincie Flevoland
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, behouden de op de dag voorafgaande aan de datum van instelling geldende verordeningen op de heffing van provinciale opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting als bedoeld in artikel 146 onder a van de Provinciewetvoor de gebieden omvattende de gemeenten Noordoostpolder en Urk onderscheidenlijk het overige gebied van de provincie hun rechtskracht tot 1 april volgende op de datum van instelling.
2. Voor de periode ingaande 1 april na de datum van instelling en eindigend 31 maart van het daarop volgende jaar heft de provincie opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting, zonder dat een besluit als bedoeld in artikel 145 van de Provinciewetwordt gevorderd. Het aantal opcenten bedraagt 18.
3. De bevoegdheid tot het heffen en invorderen van provinciale leges en andere rechten in het grondgebied van de provincie over een belastingtijdvak waarin de dag voorafgaande aan de datum van instelling valt dan wel met betrekking tot een belastbaar feit dat zich vóór de datum van instelling heeft voorgedaan, is voorbehouden aan het orgaan dat op de dag voorafgaande aan de datum van instelling tot de heffing en invordering van deze leges en andere rechten bevoegd was.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, hebben de verordeningen inzake de heffing en invordering van provinciale leges en andere rechten zoals deze golden op de dag voorafgaande aan de datum van instelling in het gebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk, rechtskracht voor het gehele gebied van de provincie.
2. Voor de periode ingaande 1 april na de datum van instelling en eindigend 31 maart van het daarop volgende jaar heft de provincie opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting, zonder dat een besluit als bedoeld in artikel 145 van de Provinciewetwordt gevorderd. Het aantal opcenten bedraagt 18.
3. De bevoegdheid tot het heffen en invorderen van provinciale leges en andere rechten in het grondgebied van de provincie over een belastingtijdvak waarin de dag voorafgaande aan de datum van instelling valt dan wel met betrekking tot een belastbaar feit dat zich vóór de datum van instelling heeft voorgedaan, is voorbehouden aan het orgaan dat op de dag voorafgaande aan de datum van instelling tot de heffing en invordering van deze leges en andere rechten bevoegd was.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, hebben de verordeningen inzake de heffing en invordering van provinciale leges en andere rechten zoals deze golden op de dag voorafgaande aan de datum van instelling in het gebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk, rechtskracht voor het gehele gebied van de provincie.