BWBR0003778
Geldig vanaf 1985-04-01
Artikel B1
Besluit overgangsmaatregelen v.j. en v.j.v. 1985
1. Aan de belanghebbende wordt per 1 april 1985 een functie toebedeeld volgens het bepaalde in de volgende leden.
2. Als directeur of directeur/coördinator blijft benoemd degene die op 31 maart 1985 reeds als zodanig aan het vormingsinstituut was verbonden.
3. Tot adjunct-directeur wordt benoemd de vormingsleider die op 31 maart 1985 reeds als adjunct-directeur was benoemd of aangewezen en die in het genot was van de adjunct-toelage als bedoeld in artikel I-S26 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelzoals dat op 31 maart 1985 luidde.
4. Tot vormingsleider wordt benoemd de belanghebbende die op 31 maart 1985 reeds als vormingsleider in dienst was, volgens de bepalingen van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
5. Dit artikel is niet van toepassing op de belanghebbende voorzover hij op 31 maart 1985 is belast met de waarneming van een afwezige belanghebbende.
2. Als directeur of directeur/coördinator blijft benoemd degene die op 31 maart 1985 reeds als zodanig aan het vormingsinstituut was verbonden.
3. Tot adjunct-directeur wordt benoemd de vormingsleider die op 31 maart 1985 reeds als adjunct-directeur was benoemd of aangewezen en die in het genot was van de adjunct-toelage als bedoeld in artikel I-S26 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelzoals dat op 31 maart 1985 luidde.
4. Tot vormingsleider wordt benoemd de belanghebbende die op 31 maart 1985 reeds als vormingsleider in dienst was, volgens de bepalingen van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
5. Dit artikel is niet van toepassing op de belanghebbende voorzover hij op 31 maart 1985 is belast met de waarneming van een afwezige belanghebbende.