BWBR0003777
Geldig vanaf 1985-03-28
Artikel 20
Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen
1. Een aanvraag om verlening van een bijdrage als bedoeld in artikel 6 wordt door tussenkomst van de hoofdingenieur-directeur van de volkshuisvesting in de provincie ingediend bij de minister op een door hem vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier.
2. Voor zover, naast een bijdrage als bedoeld in artikel 6, met betrekking tot de desbetreffende woning geldelijke steun wordt aangevraagd op voet van:
a. de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984 (Stcrt. 1988, 214);
b. de Beschikking bijdrage ineens nieuwe vrije sectorwoningen (Stcrt. 1988, 214) of
c. de Regeling premiehuurwoningen 1989 (Stcrt. 1988, 211), wordt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid ingediend op hetzelfde tijdstip, dat de desbetreffende aanvraag om geldelijke steun op voet van een van de in de onderdelen a, b en c bedoelde regelingen wordt ingediend.
3. Indien de aanvraag een bijdrage betreft als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, maakt van de aanvraag deel uit een samenvatting van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 93, tweede lid, onderscheidenlijk 94, eerste lid, van de Wet geluidshinder.
4. Bijdragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, worden, indien artikel 95 van de Wet geluidhinder van toepassing is, bovendien slechts uitgekeerd nadat de minister een afschrift heeft ontvangen van het op die woningen betrekking hebbende besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 96 van de wet.
2. Voor zover, naast een bijdrage als bedoeld in artikel 6, met betrekking tot de desbetreffende woning geldelijke steun wordt aangevraagd op voet van:
a. de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984 (Stcrt. 1988, 214);
b. de Beschikking bijdrage ineens nieuwe vrije sectorwoningen (Stcrt. 1988, 214) of
c. de Regeling premiehuurwoningen 1989 (Stcrt. 1988, 211), wordt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid ingediend op hetzelfde tijdstip, dat de desbetreffende aanvraag om geldelijke steun op voet van een van de in de onderdelen a, b en c bedoelde regelingen wordt ingediend.
3. Indien de aanvraag een bijdrage betreft als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, maakt van de aanvraag deel uit een samenvatting van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 93, tweede lid, onderscheidenlijk 94, eerste lid, van de Wet geluidshinder.
4. Bijdragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, worden, indien artikel 95 van de Wet geluidhinder van toepassing is, bovendien slechts uitgekeerd nadat de minister een afschrift heeft ontvangen van het op die woningen betrekking hebbende besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 96 van de wet.