BWBR0003777
Geldig vanaf 1985-03-28
Artikel 14
Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen
1. Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden verleend onder de voorwaarde, dat:
a. binnen zes maanden met het treffen van de voorzieningen wordt begonnen;
b. aan de door de minister met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen: 1°. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden of tekeningen;
2°. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede te verstaan het nemen van afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens en
3°. alle inlichtingen worden verstrekt, die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het beoordelen of deze regeling juist wordt toegepast.
1°. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden of tekeningen;
2°. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede te verstaan het nemen van afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens en
3°. alle inlichtingen worden verstrekt, die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het beoordelen of deze regeling juist wordt toegepast.
2. De minister kan, telkens op een daartoe strekkend verzoek van het gemeentebestuur, de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn met een door hem te bepalen termijn verlengen, echter slechts onder door hem van geval tot geval te bepalen voorwaarden.
a. binnen zes maanden met het treffen van de voorzieningen wordt begonnen;
b. aan de door de minister met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen: 1°. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden of tekeningen;
2°. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede te verstaan het nemen van afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens en
3°. alle inlichtingen worden verstrekt, die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het beoordelen of deze regeling juist wordt toegepast.
1°. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden of tekeningen;
2°. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede te verstaan het nemen van afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens en
3°. alle inlichtingen worden verstrekt, die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het beoordelen of deze regeling juist wordt toegepast.
2. De minister kan, telkens op een daartoe strekkend verzoek van het gemeentebestuur, de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn met een door hem te bepalen termijn verlengen, echter slechts onder door hem van geval tot geval te bepalen voorwaarden.