BWBR0003746
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 7b
Uitvoeringsregeling Successiewet 1956
1. Aan de periode van vijf jaren bedoeld in artikel 35c, vierde lid, onderdeel a, van de Successiewet 1956, is mede voldaan indien:
a. het ondernemingsvermogen behoorde tot de onderneming van een vennootschap, welke onderneming, nadat de vennootschap met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is ontbonden, door de schenker is voortgezet of mede voortgezet,
b. de schenker aandelen of winstbewijzen hield van de in onderdeel a bedoelde vennootschap en deze aandelen of winstbewijzen bij de schenker tot een aanmerkelijk belang behoorden, en,
c. de periode waarin de onder a bedoelde onderneming voor rekening van de schenker werd gedreven en de periode waarin de onder b bedoelde aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden bij de schenker op het moment van de schenking tezamen een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren vormen.
2. Aan de periode van vijf jaren bedoeld in artikel 35c, vierde lid, onderdeel b, van de Successiewet 1956, is mede voldaan indien:
a. de aandelen of winstbewijzen van de vennootschap op het moment van de schenking tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de schenker behoorden,
b. de onder a bedoelde aandelen of winstbewijzen zijn verkregen door inbreng van een voor rekening van de schenker gedreven onderneming in de in dat onderdeel bedoelde vennootschap, en,
c. de periode waarin de onder a bedoelde aandelen en winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden bij de schenker en de periode gedurende welke de onder b bedoelde onderneming voor rekening van de schenker werd gedreven op het moment van de schenking tezamen een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren vormen.
a. het ondernemingsvermogen behoorde tot de onderneming van een vennootschap, welke onderneming, nadat de vennootschap met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is ontbonden, door de schenker is voortgezet of mede voortgezet,
b. de schenker aandelen of winstbewijzen hield van de in onderdeel a bedoelde vennootschap en deze aandelen of winstbewijzen bij de schenker tot een aanmerkelijk belang behoorden, en,
c. de periode waarin de onder a bedoelde onderneming voor rekening van de schenker werd gedreven en de periode waarin de onder b bedoelde aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden bij de schenker op het moment van de schenking tezamen een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren vormen.
2. Aan de periode van vijf jaren bedoeld in artikel 35c, vierde lid, onderdeel b, van de Successiewet 1956, is mede voldaan indien:
a. de aandelen of winstbewijzen van de vennootschap op het moment van de schenking tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de schenker behoorden,
b. de onder a bedoelde aandelen of winstbewijzen zijn verkregen door inbreng van een voor rekening van de schenker gedreven onderneming in de in dat onderdeel bedoelde vennootschap, en,
c. de periode waarin de onder a bedoelde aandelen en winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden bij de schenker en de periode gedurende welke de onder b bedoelde onderneming voor rekening van de schenker werd gedreven op het moment van de schenking tezamen een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren vormen.