BWBR0003732
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 3
Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding
1. Zuigelingenvoeding moet
a. het gebruiksdoel in aanmerking genomen, deugdelijk van samenstelling zijn en in een deugdelijke toestand verkeren;
b. worden gepresenteerd in overeenstemming met haar aard en bestemming.
2. Zuigelingenvoeding mag niet bevatten
a. stoffen in een hoeveelheid, waarin deze schadelijk zijn of kunnen zijn voor de gezondheid;
b. zichtbare vreemde bestanddelen, vuil of andere verontreinigingen, tenzij hiervoor krachtens artikel 6 maximaal toelaatbare hoeveelheden zijn vastgesteld, in welk geval het betreffende maximum niet mag worden overschreden;
c. micro-organismen, zodanig naar soort en aantal, dat schade aan de gezondheid kan ontstaan.
a. het gebruiksdoel in aanmerking genomen, deugdelijk van samenstelling zijn en in een deugdelijke toestand verkeren;
b. worden gepresenteerd in overeenstemming met haar aard en bestemming.
2. Zuigelingenvoeding mag niet bevatten
a. stoffen in een hoeveelheid, waarin deze schadelijk zijn of kunnen zijn voor de gezondheid;
b. zichtbare vreemde bestanddelen, vuil of andere verontreinigingen, tenzij hiervoor krachtens artikel 6 maximaal toelaatbare hoeveelheden zijn vastgesteld, in welk geval het betreffende maximum niet mag worden overschreden;
c. micro-organismen, zodanig naar soort en aantal, dat schade aan de gezondheid kan ontstaan.