BWBR0003732
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 2
Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding
1. Het is verboden zuigelingenvoeding bedrijfsmatig te bereiden, tenzij dit geschiedt:
a. in overeenstemming met krachtens artikel 6, eerste lid, gestelde en op de bereiding betrekking hebbende regelen;
b. in bedrijfsgebouwen welke voldoen aan krachtens artikel 6, eerste lid, onder c., gestelde regelen.
2. Het is, onverminderd het bepaalde in het derde lid, verboden zuigelingenvoeding bedrijfsmatig te vervoeren in vervoermiddelen, welke niet voldoen aan krachtens artikel 6, eerste lid, onder c., gestelde regelen.
3. Het is verboden zuigelingenvoeding te verhandelen of bedrijfsmatig te ontvangen, tenzij deze
a. voldoet aan - ten eerste: het in de artikelen 3, 4 en 5 bepaalde;
- ten tweede: krachtens artikel 6, eerste lid, onder a. en b., gestelde regelen, andere dan de in het eerste lid onder a. bedoelde
- ten eerste: het in de artikelen 3, 4 en 5 bepaalde;
- ten tweede: krachtens artikel 6, eerste lid, onder a. en b., gestelde regelen, andere dan de in het eerste lid onder a. bedoelde
b. is voorzien van een in artikel 8, eerste lid, bedoeld teken of bewijsstuk, voor zover het betreft zuigelingenvoeding waarop het bepaalde in artikel 8, tweede lid, toepassing vindt.
4. Dit artikel is niet van toepassing op goederen die op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a of f, van verordening (EEG) nr. 2913/92van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302).
a. in overeenstemming met krachtens artikel 6, eerste lid, gestelde en op de bereiding betrekking hebbende regelen;
b. in bedrijfsgebouwen welke voldoen aan krachtens artikel 6, eerste lid, onder c., gestelde regelen.
2. Het is, onverminderd het bepaalde in het derde lid, verboden zuigelingenvoeding bedrijfsmatig te vervoeren in vervoermiddelen, welke niet voldoen aan krachtens artikel 6, eerste lid, onder c., gestelde regelen.
3. Het is verboden zuigelingenvoeding te verhandelen of bedrijfsmatig te ontvangen, tenzij deze
a. voldoet aan - ten eerste: het in de artikelen 3, 4 en 5 bepaalde;
- ten tweede: krachtens artikel 6, eerste lid, onder a. en b., gestelde regelen, andere dan de in het eerste lid onder a. bedoelde
- ten eerste: het in de artikelen 3, 4 en 5 bepaalde;
- ten tweede: krachtens artikel 6, eerste lid, onder a. en b., gestelde regelen, andere dan de in het eerste lid onder a. bedoelde
b. is voorzien van een in artikel 8, eerste lid, bedoeld teken of bewijsstuk, voor zover het betreft zuigelingenvoeding waarop het bepaalde in artikel 8, tweede lid, toepassing vindt.
4. Dit artikel is niet van toepassing op goederen die op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a of f, van verordening (EEG) nr. 2913/92van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302).