BWBR0003718
Geldig vanaf 1984-11-08
Artikel 50
Wet algemene regels herindeling
1. Indien in verband met de artikelen 39, 41, 44, 45en 48een verrekening tussen gemeenten dient plaats te vinden worden, burgemeester en wethouders van die gemeenten gehoord, het bedrag en, zo nodig, de wijze van betaling vastgesteld:
a. door gedeputeerde staten van de betrokken provincie indien de desbetreffende wijziging van de gemeentelijke indeling dan wel grenscorrectie niet gepaard gaat met wijziging van de provinciegrens;
b. door de colleges van gedeputeerde staten van de betrokken provincies in onderling overleg indien de desbetreffende wijziging van de gemeentelijke indeling dan wel grenscorrectie gepaard gaat met wijziging van de provinciegrens;
c. bij koninklijk besluit, de colleges, bedoeld onder b, gehoord, indien overeenstemming tussen die colleges ontbreekt.
2. Bij het vaststellen van het bedrag van de verrekening, bedoeld in het eerste lid, kunnen reserves en voorzieningen worden betrokken.
3. Op een verzoek om verrekening als bedoeld in het eerste lid beslissen gedeputeerde staten niet afwijzend dan na de colleges van burgemeester en wethouders van de in dat lid bedoelde gemeenten te hebben gehoord.
a. door gedeputeerde staten van de betrokken provincie indien de desbetreffende wijziging van de gemeentelijke indeling dan wel grenscorrectie niet gepaard gaat met wijziging van de provinciegrens;
b. door de colleges van gedeputeerde staten van de betrokken provincies in onderling overleg indien de desbetreffende wijziging van de gemeentelijke indeling dan wel grenscorrectie gepaard gaat met wijziging van de provinciegrens;
c. bij koninklijk besluit, de colleges, bedoeld onder b, gehoord, indien overeenstemming tussen die colleges ontbreekt.
2. Bij het vaststellen van het bedrag van de verrekening, bedoeld in het eerste lid, kunnen reserves en voorzieningen worden betrokken.
3. Op een verzoek om verrekening als bedoeld in het eerste lid beslissen gedeputeerde staten niet afwijzend dan na de colleges van burgemeester en wethouders van de in dat lid bedoelde gemeenten te hebben gehoord.