BWBR0003697
Geldig vanaf 1984-08-15
Artikel 4
Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie
1. De voorzitter van de commissie wordt door Ons benoemd.
2. De Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne is lid van de commissie.
3. De andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ieder één lid benoemen, door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, die ieder twee leden benoemen, en door Onze Minister van Economische Zaken, die drie leden benoemt.
4. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een of meer deskundigen tot lid van de commissie benoemen.
2. De Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne is lid van de commissie.
3. De andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ieder één lid benoemen, door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, die ieder twee leden benoemen, en door Onze Minister van Economische Zaken, die drie leden benoemt.
4. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een of meer deskundigen tot lid van de commissie benoemen.