BWBR0003697
Geldig vanaf 1984-08-15
Artikel 3
Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie
1. Over voornemens tot het treffen van wettelijke maatregelen en van andere maatregelen, die van betekenis zijn voor het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, alsmede over voornemens waarvan de uitvoering belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor de milieuhygiëne, horen Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen onderscheidenlijk de uitvoering van die voornemens tot stand komen, vooraf de commissie.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de commissie niet gehoord over maatregelen en voornemens die worden behandeld in de Centrale Landinrichtingscommissie, ingevolge artikel 7 van de Landinrichtingswet, behoudens in die gevallen waarin van de zijde van een Onzer Ministers die in de commissie vertegenwoordigd is, tegen de maatregel of het voornemen bezwaar wordt gemaakt op grond van het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de commissie niet gehoord over maatregelen en voornemens die worden behandeld in de Centrale Landinrichtingscommissie, ingevolge artikel 7 van de Landinrichtingswet, behoudens in die gevallen waarin van de zijde van een Onzer Ministers die in de commissie vertegenwoordigd is, tegen de maatregel of het voornemen bezwaar wordt gemaakt op grond van het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne.