BWBR0003683
Geldig vanaf 1984-07-01
Artikel 6
Overgangsregeling universitair wetenschappelijk personeel
1. De ambtenaar, aangesteld in vaste dienst dan wel, anders dan voor een proeftijd, in tijdelijke dienst, in de rang van wetenschappelijk ambtenaar, wetenschappelijk ambtenaar 1ste klasse of wetenschappelijk hoofdambtenaar, die een functie vervult die voldoet aan de functietypering voor universitair docent en die na zijn doctoraal- of ingenieursexamen gedurende 4 jaren in overeenstemming met zijn opleiding werkzaam is geweest, wordt geplaatst in een functie van universitair docent. Vanaf dat moment gelden voor hem de schalen voor de universitair docent. Daarbij blijft voor de ambtenaar, bezoldigd volgens schaal 10, 11 of 12, als universitair docent dezelfde schaal van toepassing. Hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.
2. De ambtenaar, aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd, in de rang van wetenschappelijk ambtenaar, wetenschappelijk ambtenaar 1ste klasse of wetenschappelijk hoofdambtenaar en die een functie vervult die voldoet aan de functietypering voor universitair docent, wordt geplaatst in een functie van universitair docent zodra hij in vaste dienst is aangesteld en na zijn doctoraal- of ingenieursexamen gedurende 4 jaren in overeenstemming met zijn opleiding werkzaam is geweest. De tweede, derde en vierde volzin van het vorige lid zijn alsdan van toepassing.
3. Ten aanzien van de ambtenaar, aangesteld in de rang van wetenschappelijk hoofdambtenaar A, die in een functie van universitair hoofddocent wordt geplaatst, blijft schaal 14 van toepassing; hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel onder wetenschappelijk ambtenaar, wetenschappelijk ambtenaar 1ste klasse, wetenschappelijk hoofdambtenaar en wetenschappelijk hoofdambtenaar A mede verstaan degene die vanaf 1 januari 1984 is aangesteld in een functie waaraan vóór 1 januari 1984 één van die rangen zou zijn verbonden.
2. De ambtenaar, aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd, in de rang van wetenschappelijk ambtenaar, wetenschappelijk ambtenaar 1ste klasse of wetenschappelijk hoofdambtenaar en die een functie vervult die voldoet aan de functietypering voor universitair docent, wordt geplaatst in een functie van universitair docent zodra hij in vaste dienst is aangesteld en na zijn doctoraal- of ingenieursexamen gedurende 4 jaren in overeenstemming met zijn opleiding werkzaam is geweest. De tweede, derde en vierde volzin van het vorige lid zijn alsdan van toepassing.
3. Ten aanzien van de ambtenaar, aangesteld in de rang van wetenschappelijk hoofdambtenaar A, die in een functie van universitair hoofddocent wordt geplaatst, blijft schaal 14 van toepassing; hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel onder wetenschappelijk ambtenaar, wetenschappelijk ambtenaar 1ste klasse, wetenschappelijk hoofdambtenaar en wetenschappelijk hoofdambtenaar A mede verstaan degene die vanaf 1 januari 1984 is aangesteld in een functie waaraan vóór 1 januari 1984 één van die rangen zou zijn verbonden.