BWBR0003683
Geldig vanaf 1984-07-01
Artikel 2
Overgangsregeling universitair wetenschappelijk personeel
1. Ten aanzien van de ambtenaar in de rang van wetenschappelijk medewerker respectievelijk wetenschappelijk medewerker 1ste klasse, die in vaste dienst dan wel, anders dan voor een proeftijd, in tijdelijke dienst is aangesteld, vindt het rangenstelsel voor wetenschappelijke medewerkers geen verdere toepassing. Hij wordt met ingang van 1 juli 1984 geplaatst in een functie van universitair docent. Als zodanig geldt voor hem schaal 10 respectievelijk schaal 11; hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.
2. Ten aanzien van de ambtenaar in de rang van wetenschappelijk medewerker respectievelijk wetenschappelijk medewerker 1ste klasse, die in tijdelijke dienst voor een proeftijd is aangesteld, blijft het rangenstelsel voor wetenschappelijke medewerkers van toepassing tot het moment waarop hij in vaste dienst wordt aangesteld. Met ingang van die datum wordt hij geplaatst in een functie van universitair docent en geldt voor hem schaal 10 respectievelijk schaal 11; hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.
2. Ten aanzien van de ambtenaar in de rang van wetenschappelijk medewerker respectievelijk wetenschappelijk medewerker 1ste klasse, die in tijdelijke dienst voor een proeftijd is aangesteld, blijft het rangenstelsel voor wetenschappelijke medewerkers van toepassing tot het moment waarop hij in vaste dienst wordt aangesteld. Met ingang van die datum wordt hij geplaatst in een functie van universitair docent en geldt voor hem schaal 10 respectievelijk schaal 11; hij behoudt in die schaal zijn salarispositie.