BWBR0003659
Geldig vanaf 1985-05-25
Artikel 10
Wet tot behoud van cultuurbezit
1. Een kennisgeving van Onze Minister tot het aanvoeren van bedenkingen geldt gedurende drie maanden als aanbod van de Staat tot aankoop op de in artikel 12geregelde wijze van het beschermd voorwerp door de Staat voorzover:
a. bedenkingen zijn aangevoerd tegen vervreemding daarvan of
b. bedenkingen zijn aangevoerd tegen toedeling daarvan aan een niet-ingezetene of
c. bedenkingen zijn aangevoerd tegen verplaatsing naar de - buiten Nederland gelegen - vaste woonplaats van de eigenaar.
2. Onze Minister en de eigenaar van het beschermd voorwerp kunnen de in het eerste lid bedoelde termijn in onderling overleg verlengen.
3. De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort, zolang over een aanbod van de Staat tot aankoop van een beschermd voorwerp:
a. bij de rechtbank Den Haag een procedure als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhangig is, of
b. tussen de Staat en de eigenaar een overeenkomst tot arbitrage bestaat.
4. Het aanvoeren van bedenkingen geldt niet als een aanbod tot aankoop, indien bij de kennisgeving daarvan een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 8.
a. bedenkingen zijn aangevoerd tegen vervreemding daarvan of
b. bedenkingen zijn aangevoerd tegen toedeling daarvan aan een niet-ingezetene of
c. bedenkingen zijn aangevoerd tegen verplaatsing naar de - buiten Nederland gelegen - vaste woonplaats van de eigenaar.
2. Onze Minister en de eigenaar van het beschermd voorwerp kunnen de in het eerste lid bedoelde termijn in onderling overleg verlengen.
3. De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort, zolang over een aanbod van de Staat tot aankoop van een beschermd voorwerp:
a. bij de rechtbank Den Haag een procedure als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhangig is, of
b. tussen de Staat en de eigenaar een overeenkomst tot arbitrage bestaat.
4. Het aanvoeren van bedenkingen geldt niet als een aanbod tot aankoop, indien bij de kennisgeving daarvan een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 8.