BWBR0003628
Geldig vanaf 2015-10-14
Artikel 12.04
Binnenvaartpolitiereglement
Een zeegaand schip mag, indien de radarinstallatie goed functioneert, gebruik maken van radar:
a. zonder te zijn uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a; en
b. zonder dat zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder b.
a. zonder te zijn uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a; en
b. zonder dat zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder b.