BWBR0003611
Geldig vanaf 1981-05-01
Artikel 3
Besluit bijzondere verkrijging voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige
1. Ter verkrijging van het diploma, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient de kandidaat:
a. aan een school het eindexamen met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna de in het tweede lid genoemde diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van een zeeschip onder bijhouding van een praktijkboek, als bedoeld in artikel 4.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een half jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een half jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een half jaar doch minder dan anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen.
3. Degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, behoeft geen diensttijd als bedoeld in het eerste lid, onder b, te behalen.
4. Onder dienst, bedoeld in het tweede en derde lid, is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst in de machinekamer buitengaats als leerling aan boord van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.
a. aan een school het eindexamen met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna de in het tweede lid genoemde diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van een zeeschip onder bijhouding van een praktijkboek, als bedoeld in artikel 4.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een half jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een half jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een half jaar doch minder dan anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen.
3. Degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste anderhalf jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, behoeft geen diensttijd als bedoeld in het eerste lid, onder b, te behalen.
4. Onder dienst, bedoeld in het tweede en derde lid, is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst in de machinekamer buitengaats als leerling aan boord van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.