BWBR0003570
Geldig vanaf 1983-02-01
Artikel 6
Legesbesluit 1983
1. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) B met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 6,47.
2. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) BJ met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een minderjarige Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.
3. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) C ten behoeve van een Nederlander doch uitsluitend geldig voor de Beneluxlanden, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.
2. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) BJ met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een minderjarige Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.
3. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) C ten behoeve van een Nederlander doch uitsluitend geldig voor de Beneluxlanden, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.