BWBR0003568
Geldig vanaf 1983-02-10
Artikel 4
Besluit bijzondere verkrijging diploma's kleine handelsvaart
1. Ter verkrijging van het diploma bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, dient de kandidaat:
a. aan een school het eindexamen voor scheepswerktuigkundige voor de kleine handelsvaart met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van een zeeschip onder bijhouding van het desbetreffende praktijkboek, bedoeld in artikel 5.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een half jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een half jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een half jaar doch minder dan een jaar dienst heeft gedaan in een machinekamer van zeeschepen.
3. Voor degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, geldt de in het eerste lid, onder b, genoemde voorwaarde niet.
4. Onder dienst in de machinekamer, bedoeld in het tweede en derde lid is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst buitengaats als leerling in de machinekamer van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.
a. aan een school het eindexamen voor scheepswerktuigkundige voor de kleine handelsvaart met goed gevolg te hebben afgelegd;
b. daarna diensttijd te hebben behaald in de machinekamer van een zeeschip onder bijhouding van het desbetreffende praktijkboek, bedoeld in artikel 5.
2. De diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:
a. ten minste een jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen minder dan een half jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen;
b. ten minste een half jaar, indien de kandidaat voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een half jaar doch minder dan een jaar dienst heeft gedaan in een machinekamer van zeeschepen.
3. Voor degene die voorafgaand aan het met goed gevolg afleggen van het eindexamen ten minste een jaar dienst heeft gedaan in de machinekamer van zeeschepen, geldt de in het eerste lid, onder b, genoemde voorwaarde niet.
4. Onder dienst in de machinekamer, bedoeld in het tweede en derde lid is tot ten hoogste 30 dagen begrepen dienst buitengaats als leerling in de machinekamer van een ten behoeve van het onderwijs aan de school gebezigd opleidingsschip.