BWBR0003559
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 9
Beschikking grondbankstelsel
1. Uitgifte vindt plaats, indien de aanvrager aantoont dat:
a. bij eigendomsverkrijging van de voor uitgifte in aanmerking komende landbouwgrond de financieringsstructuur van het bedrijf ongunstig wordt, en
b. de uitgifte leidt tot een verantwoorde financieringsstructuur van het bedrijf.
2. Ter beoordeling van de financieringsstructuur van het bedrijf dient de aanvrager de boekhouding over de drie jaren voorafgaande aan het jaar van indiening van de aanvrage over te leggen.
3. Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat een eigenaar, een (mede) rechthebbende, een aandeelhouder, dan wel een eigenaar van een of meerdere bewijzen van deelgerechtigheid van, onderscheidenlijk in het bedrijf, over voldoende financiële middelen beschikt om het met de aanvrage beoogde doel anders dan door uitgifte te kunnen realiseren.
4. Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat de aanvrager een of meerdere onroerende goederen, die tot het bedrijf behoren, heeft verkregen of zal verkrijgen tegen een prijs, die duidelijk uitgaat boven de prijs, die in de regio waarbinnen het bedrijf gelegen is, gangbaar is bij de aankoop van met betrokken onroerende goederen vergelijkbare goederen.
a. bij eigendomsverkrijging van de voor uitgifte in aanmerking komende landbouwgrond de financieringsstructuur van het bedrijf ongunstig wordt, en
b. de uitgifte leidt tot een verantwoorde financieringsstructuur van het bedrijf.
2. Ter beoordeling van de financieringsstructuur van het bedrijf dient de aanvrager de boekhouding over de drie jaren voorafgaande aan het jaar van indiening van de aanvrage over te leggen.
3. Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat een eigenaar, een (mede) rechthebbende, een aandeelhouder, dan wel een eigenaar van een of meerdere bewijzen van deelgerechtigheid van, onderscheidenlijk in het bedrijf, over voldoende financiële middelen beschikt om het met de aanvrage beoogde doel anders dan door uitgifte te kunnen realiseren.
4. Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat de aanvrager een of meerdere onroerende goederen, die tot het bedrijf behoren, heeft verkregen of zal verkrijgen tegen een prijs, die duidelijk uitgaat boven de prijs, die in de regio waarbinnen het bedrijf gelegen is, gangbaar is bij de aankoop van met betrokken onroerende goederen vergelijkbare goederen.