BWBR0003559
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 19
Beschikking grondbankstelsel
1. De som van de oppervlakte van de in erfpacht uit te geven percelen grond en van de bedrijfsoppervlakte op het tijdstip van het indienen van de aanvrage dient te zijn:
a. ten minste 40 ha en ten hoogste 60 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. ten minste 25 ha en ten hoogste 40 ha voor elk ander bedrijf.
2. Indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, dient in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de minimale bedrijfsoppervlakte na uitgifte te zijn:
a. 32 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. 20 ha voor elk ander bedrijf;
c. 17,5 ha voor een bedrijf, waarop de intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en waarvan de bedrijfsomvang van de intensieve veehouderij ten minste 40 s.b.e. bedraagt.
3. Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:
- mestkalveren;
- stieren, daaronder begrepen ossen, voor de mesterij, jonger dan 24 maanden en niet zijnde mestkalveren;
- mestvarkens;
- fokvarkens;
- slachtkuikens;
- leghennen;
- kalkoenen.
a. ten minste 40 ha en ten hoogste 60 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. ten minste 25 ha en ten hoogste 40 ha voor elk ander bedrijf.
2. Indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, dient in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de minimale bedrijfsoppervlakte na uitgifte te zijn:
a. 32 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. 20 ha voor elk ander bedrijf;
c. 17,5 ha voor een bedrijf, waarop de intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en waarvan de bedrijfsomvang van de intensieve veehouderij ten minste 40 s.b.e. bedraagt.
3. Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:
- mestkalveren;
- stieren, daaronder begrepen ossen, voor de mesterij, jonger dan 24 maanden en niet zijnde mestkalveren;
- mestvarkens;
- fokvarkens;
- slachtkuikens;
- leghennen;
- kalkoenen.