BWBR0003538
Geldig vanaf 2000-02-18
Artikel 10
Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht
1. Voor de militair die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op grond van een regeling die bij artikel 11, eerste lid, onder c, d , h of iwordt ingetrokken, een overeenkomst heeft gesloten tot het verrichten van werkelijke dienst als beroepsofficier bij de zeemacht, de landmacht of de luchtmacht, blijft die overeenkomst van kracht onder de voorwaarden als neergelegd in de betreffende in te trekken regeling.
2. Voor de militair die op grond van een vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit gesloten verbintenis, onder vigeur van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e , f of gdanwel het derde lid, wordt ingetrokken, bij beëindiging van die verbintenis of verlengde verbintenis aanspraak kan maken op een premie of geldelijke uitkering danwel een renteloos krediet, blijft die aanspraak onder voorwaarden als neergelegd in de betreffende in te trekken regeling van kracht.
3. Voor de militair die op grond van een vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit gesloten verbintenis, onder vigeur van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e of fwordt ingetrokken, tijdens zijn verblijf in werkelijke dienst recht heeft op het volgen van een opleiding danwel op cursusfaciliteiten, worden deze voorzieningen verleend overeenkomstig dit besluit.
4. De gewezen militair die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op grond van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e, of fwordt ingetrokken, in het genot is van een overbruggingsuitkering of - indien het een luchtvarende van de luchtmacht betreft - van een aanvullende overbruggingsuitkering danwel aanspraak heeft op cursusfaciliteiten of een studietoelage, behoudt aanspraak op die voorzieningen onder voorwaarden als neergelegd in de betreffende in te trekken regeling.
5. Voor de militair die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit een verbintenis heeft aangegaan en die deswege aanspraak heeft verkregen op een premie op grond van een regeling die bij artikel 11, eerste lid, onder adan wel het tweede lid wordt ingetrokken, blijft die regeling van kracht voor de duur van de verbintenis.
6. Voor de militair, die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld voor onbepaalde tijd en die onder vigeur van de regeling genoemd in artikel 11, eerste lid onder jin verband met zijn ontslag aanspraak zou hebben op een premie, blijft die regeling van kracht tot het tijdstip waarop hij de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt.
2. Voor de militair die op grond van een vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit gesloten verbintenis, onder vigeur van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e , f of gdanwel het derde lid, wordt ingetrokken, bij beëindiging van die verbintenis of verlengde verbintenis aanspraak kan maken op een premie of geldelijke uitkering danwel een renteloos krediet, blijft die aanspraak onder voorwaarden als neergelegd in de betreffende in te trekken regeling van kracht.
3. Voor de militair die op grond van een vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit gesloten verbintenis, onder vigeur van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e of fwordt ingetrokken, tijdens zijn verblijf in werkelijke dienst recht heeft op het volgen van een opleiding danwel op cursusfaciliteiten, worden deze voorzieningen verleend overeenkomstig dit besluit.
4. De gewezen militair die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op grond van een regeling die bij artikel 11, eerste lid onder b, e, of fwordt ingetrokken, in het genot is van een overbruggingsuitkering of - indien het een luchtvarende van de luchtmacht betreft - van een aanvullende overbruggingsuitkering danwel aanspraak heeft op cursusfaciliteiten of een studietoelage, behoudt aanspraak op die voorzieningen onder voorwaarden als neergelegd in de betreffende in te trekken regeling.
5. Voor de militair die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit een verbintenis heeft aangegaan en die deswege aanspraak heeft verkregen op een premie op grond van een regeling die bij artikel 11, eerste lid, onder adan wel het tweede lid wordt ingetrokken, blijft die regeling van kracht voor de duur van de verbintenis.
6. Voor de militair, die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld voor onbepaalde tijd en die onder vigeur van de regeling genoemd in artikel 11, eerste lid onder jin verband met zijn ontslag aanspraak zou hebben op een premie, blijft die regeling van kracht tot het tijdstip waarop hij de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt.