BWBR0003509
Geldig vanaf 1982-08-01
Artikel 3
Beschikking Uitvoerregime Koolzaad, Raapzaad en Zonnebloemzaad 1982
1. Ter zake van hun uitvoer zijn met inachtneming van de desbetreffende communautaire bepalingen de navolgende goederen aan een heffing onderworpen:
Post tarief van invoerrechten: 1205 00 en 1206 00
Omschrijving van de goederen: kool- en raapzaad, ook indien gebroken, respectievelijk zonnebloempitten, ook indien gebroken.
Het bepaalde in de vorige zin geldt niet ten aanzien van de aldaar genoemde goederen welke per verpakkingseenheid zijn voorzien van plombes en labels aangebracht door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen dan wel gedenatureerd zijn overeenkomstig Verordening (EEG) no. 190/68 (Pb. E.G. no. L 43).
2. De heffing bedraagt per 100 kg netto de tegenwaarde in Nederlandse courant van het bedrag dat overeenkomstig de desbetreffende communautaire verordeningen inzake de differentiële bedragen voor koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad als waarborg ter zake van de afgifte van het in artikel 8bedoelde controle-exemplaar gesteld moet worden.
3. de uitvoer van goederen van oorsprong uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap;
de uitvoer naar andere landen dan de lid-staten van de Gemeenschap.
Post tarief van invoerrechten: 1205 00 en 1206 00
Omschrijving van de goederen: kool- en raapzaad, ook indien gebroken, respectievelijk zonnebloempitten, ook indien gebroken.
Het bepaalde in de vorige zin geldt niet ten aanzien van de aldaar genoemde goederen welke per verpakkingseenheid zijn voorzien van plombes en labels aangebracht door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen dan wel gedenatureerd zijn overeenkomstig Verordening (EEG) no. 190/68 (Pb. E.G. no. L 43).
2. De heffing bedraagt per 100 kg netto de tegenwaarde in Nederlandse courant van het bedrag dat overeenkomstig de desbetreffende communautaire verordeningen inzake de differentiële bedragen voor koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad als waarborg ter zake van de afgifte van het in artikel 8bedoelde controle-exemplaar gesteld moet worden.
3. de uitvoer van goederen van oorsprong uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap;
de uitvoer naar andere landen dan de lid-staten van de Gemeenschap.