1. De verschuldigheid van de heffing vervalt, en de gestelde zekerheid wordt teruggegeven, indien en voor zover uiterlijk negen maanden na het stellen van de zekerheid, bedoeld in artikel 7, het bewijs wordt geleverd, dat de bestemming, aangegeven op het in artikel 8bedoelde controle-exemplaar, is bereikt. Het bewijs wordt geleverd door overlegging van dat controle-exemplaar, aangevuld overeenkomstig het ter zake bepaalde in de desbetreffende communautaire verordeningen inzake de differentië le bedragen voor koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad.
2. Indien en voor zover het in het eerste lid bedoelde bewijs niet wordt geleverd, wordt tot onverwijlde invordering van de heffing overgegaan.